Schreiner Harvards

Schreiner & Co. was een in 1950 door Bob Schreiner opgerichte onderneming die dat jaar startte met een klein toestel voor reclamevluchten en luchtfotografie. Schreiner kreeg in 1952 een militair contract om doelen voor luchtdoel artillerie te slepen en wel op Texel. Op dit Waddeneiland was een klein vliegveld in gebruik met de naam "de Vrijt".

De enige Schreiner Harvard welke werd afgeschreven bij een ongeval was de PH-NIB, dit gebeurde op 17 augustus 1959 bij Den Helder. Hier zien we de machine proefdraaien op Rotterdam.                                                                       (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1959)

Vanaf dit veld werd er door de luchtmacht met echt geschut geoefend op de doelen voortgesleept door de verschillende luchtmacht types zoals de Percival Proctor en Fokker S-13 Trainer. Het doelslepen gebeurde vanaf dit veld zelf. Na het opstijgen werd op dezelfde wijze zoals tegenwoordig een reclamesleep wordt opgepakt, de kabel met de sleep (de schietschijf) van de grond opgepakt.

Nadat de luchtmacht enkele jaren zelf het doelsleepwerk had uitgevoerd, werd begin jaren vijftig besloten deze werkzaamheden bij een civiel bedrijf onder te brengen, waarbij de luchtmacht de benodigde vliegtuigen ter beschikking stelde. De luchtmacht had daarbij in die tijd machines ter beschikking zoals uit dienst genomen Spitfires en Sea Furies. Hoewel de voorkeur uitging naar de Sea Fury kon dit type niet worden ingezet vanaf de te korte startbaan op de Vrijt, waardoor de keuze viel op de Spitfire. In november 1955 startte Schreiner de doelsleepvluchten met vier Spitfires. Deze werden in het civiele register ingeschreven met de registraties PH-NFN, PH-NFO, PH-NFP en PH-NFR. De oude Spitfires waren onderhoud gevoelig en om toch de vluchten uit te kunnen voeren werd uitgekeken naar een ander type vliegtuig. De keuze viel daarbij op de North American AT-16ND Harvard, op dat moment volop ingebruik bij KLu en MLD.

De KLu ontving in de jaren 1946/48 zo'n 260 Harvards uit de voorraden van RAF en RCAF. Zij werden ingezet bij de VVO (Voortgezette Vlieg Opleiding) vanaf Gilze-Rijen. Enkele Harvards werden hierbij direct overgedragen aan de MLD en het was een van deze Marine Luchtvaart Dienst Harvards, de 12-3 c/n 14A-1273, welke in september 1956 naar Ypenburg werd gevlogen om voorzien te worden van een trekhaak en ontkoppelings voorziening en daarbij op 15 oktober 1956 ingeschreven te worden als de PH-NGR op naam van Schreiner & Co gevestigd in Den Haag, onder vermelding dat de Harvard eigendom blijft van de Koninklijke Luchtmacht. Tezamen met de Spitfires werd deze Harvard vanaf oktober 1956 tot en met juli 1957 voor deze taak ingericht.

In juli 1957 werd na een ongeval met en Spitfire op Texel, de Spitfires door de RLD aan de grond gezet. Om de werkzaamheden te kunnen blijven continueren werd de vloot van vier Spitfires en de MLD Harvard, vervangen door een viertal KLu Harvards. Deze werden ingeschreven als PH-NIA t/m PH-NID. Deze vier door de KLu beschikbaar gestelde Harvards, de B-151 (werd PH-NIA), B-187 (werd PH-NIB), B-186 (werd PH-NIC) en B-179 (werd PH-NID) werden bij Aero Ypenburg op hun taak voorbereid en in juli en augustus 1957 aan Schreiner afgeleverd. Met deze vier Harvards werd vanaf de Vrijt op Texel van maandag tot en met vrijdag gevlogen. In de weekends werden de Harvards naar Ypenburg gevlogen voor onderhoud bij Aero Ypenburg, waarbij ze op maandag weer werden overgevlogen naar Texel. Was geen onderhoud nodig dan waren de Harvards in het weekend op Zestienhoven te zien.

De PH-NIF behoorde tot de tweede serie Harvards welke van de KLu werd overgenomen                                (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1962)

De eerste Harvard welke werd afgeschreven was de PH-NIB, welke op 18 augustus 1959 door een motorstoring een noodlanding moest maken bij Den Helder. Daar de beschikbare ruimte voor de noodlanding op het onderliggende strand vol met badgasten zat, werd de zee gekozen om de PH-NIB neer te zetten. De eerste Harvard welke na zijn diensttijd bij Schreiner terugkeerde naar de KLu was de PH-NID in januari 1960. In augustus dat jaar gevolgd door de PH-NIA. Deze beide Harvards werden vervangen door de PH-NIE (ex B-61) en PH-NIF (ex B-15) welke beiden op 25 januari 1960 werden ingeschreven en in gebruik werden genomen. Ze werden in augustus dat jaar gevolgd door de PH-NIZ (ex B-16) waardoor de Schreiner Harvard sterkte weer op vier werd gebracht. De doelsleepvluchten op Texel werden door Schreiner nog tot eind 1964 uitgevoerd waarbij in 1964 het sleepwerk geleidelijk werd overgenomen door kleine onbemande radiografisch bestuurde vliegtuigjes.  

Herman Dekker's 75 jaar Nederlands Luchtvaartregister geeft nog een nadere indruk van de gesteldheid van de Harvards PH-NIC en PH-NIF dat jaar door bij de afschrijving op respectievelijk 02/03/1964 en 02/04/1964 të vermelden "in verband met de slechte toestand terug gegeven aan de KLu en kort daarop gesloopt". De overgebleven Harvards PH-NIZ en PH-NIE keerden na gebruik, respectievelijk in december 1964 en januari 1965 terug naar de KLu. Voor de teruggekeerde Harvards was weinig emplooi bij de Luchtmacht. De KLu was in 1961 gestopt met de gemeenschappelijke opleiding samen met de Belgische Luchtmacht waarbij de VVO in 1962 werd ontbonden en een aantal Harvards overbodig was geworden. Alle voormalige Schreiner Harvards werden dan ook na hun overdracht aan de KLu buiten gebruik gesteld en gesloopt. Al met al een periode van acht jaar waarin zeven verschillende Harvards werden gebruikt.

PH-NIE  Schreiner AT-16NB Harvard op Rotterdam                                                                                            (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1962)

Wim Zwakhals, oktober 2001