Piper Pa-23 Apache en Aztec

De Apache was het eerste twee-motorige zakenvliegtuig van Piper Aircraft. Het ontwerp en de bouw van dit vliegtuig betekende ook de omslag bij Piper van het ontwerpen en bouwen van een stalen frame bespannen met doek naar een compleet vliegtuig. 

G-APMY  Piper Pa-23-160 Apache E van United Steel op Rotterdam                                                            (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1958) 

Met de overname door Piper Aircraft in 1948 van de Stinson Division van Consolidated Vultee Aircraft Corporation, werden ook de ontwerpen op de tekentafel overgenomen. Een van deze ontwerpen was het ontwerp voor een Twin Stinson, een verregaande modificatie van de Stinson 108 Voyager. In 1952 besloot Piper dit ontwerp van de Twin Stinson te bouwen als een twin engined executive aircraft. Het experimentele prototype, aangeduid als het Model 23-1 met de registratie N1953A, was een vierpersoons laagdekker met vast landingsgestel, opgebouwd uit een stalen frame met doekbedekking en een dubbele staart. Als motoren werden toegepast twee 125 pk Lycoming 0-290D motoren. De eerste vliegtesten werden uitgevoerd in 1952 (eerste vlucht op 2 maart) welke niet bemoedigend waren. Het toestel had te weinig vermogen en had vibratie problemen.

Deze ervaringen werden meegenomen in een compleet nieuw ontwerp waarbij nu werd uitgegaan van een geheel metalen ontwerp, een enkele staart en een intrekbaar landingsgestel. De motoren werden vervangen door twee 150 pk sterke Lycoming 0-320 motoren voorzien van constant speed propellers. Het eerste prototype met de registratie N23P (c/n 23-1) was daarbij in juli 1953 gereed en kreeg daarbij de aanduiding Piper Pa-23 Apache en was daarmee het eerste toestel uit de Piper reeks welke genoemd werd naar Indianen stammen in de Verenigde Staten.

Na het uitvoeren van het testprogramma werd op 29 januari 1954 het type certificaat verkregen en werd een direct een productielijn op Lock Haven, Pennsylvania, opgezet en de eerste Piper Pa-23 Apache werd daarbij begin 1954 afgeleverd. De aanschafprijs voor de Piper Pa-23 Apache bedroeg in 1954 $ 32.500 en was daarbij de goedkoopste twin op de markt en werd aangeboden in drie versies, standard, custom en super custom. Tot grote verrassing sloeg dit type aan, vooral als gebruik voor zakenvliegtuig, en in het midden van de jaren vijftig had Piper moeite om aan alle vraag te kunnen  voldoen.  

D-GDCO een Piper Pa-23-160 Aztec E met een later aangebracht extra raam.              (Wim Zwakhals, Hamburg, 8 juni 1986) 

In 1965 werd de productielijn van de Piper Pa-23 Apache verplaatst naar Vero Beach Municipal Airport in Florida en werd een nieuwe versie met een vijfde zitplaats op de markt gebracht als de Piper Pa-23 Apache B. De jaren daarop werden kleine aanpassingen doorgevoerd en werd de 1956 versie aangeduid als de Piper Pa-23 Apache C en de 1957 versie als de Piper Pa-23 Apache D. In totaal werden 1123 Apaches gebouwd voorzien van 150 pk motoren, totdat in 1958 een versie met een sterkere motor verscheen en wel een 160 pk Lycoming 0-320B motor. Gekozen werd voor een sterkere motor om de prestaties en laadvermogen te kunnen verhogen. Deze nieuw versie werd aangeduid als de Piper Pa-23 Apache E.  Bij de in 1959 gebouwde exemplaren werd een auto control system toegepast waarbij deze versie werd aangeduid als de Piper Pa-23 Apache F. Door de romp van de Apache E een klein beetje te verlengen, kon een extra raam worden aangebracht waardoor meer zicht ontstond voor de vijfde zitplaats. Deze versie kreeg de aanduiding Pa-23-160 Apache G. 

OE-EAW is een Piper Pa-23-160 Apache G met een verlengde romp en daarbij extra aangebracht raam.              (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1963) 

In  1958 werd gestart met het opwaarderen van de Piper Pa-23. Deze opwaardering betond uit het installeren van een krachtige 250 pk Lycoming 0-540 motoren in een nieuw behuizing, een romp met vijf zitplaatsen, een geheel nieuw ontworpen staartvlak en een aangepaste achterdeel van de romp met daarbij een geheel nieuwe inrichting voorzien van een vernieuwd instrumentenpaneel. Het eerste prototype was de N4250P met c/n 27-1. Dit nieuwe ontwerp werd in 1959 in productie genomen en kreeg daarbij de aanduiding Piper Pa-23 Aztec.

Naast de Piper Pa-23 Aztec bleef de Piper Pa-23 Apache in productie en daarmee zou de productie van de Apache voorzien van een 160 pk motor tot in 1962 doorlopen. De nieuw ontwikkelde Aztec werd een streke concurrent van de Apache en het aantal bestelde toestellen liep na 1959 sterk terug. In 1959 werden nog 368 Apaches geproduceerd, in 1960 nog slechte 28. Na de bouw van in totaal 816 stuks werd de bouw van deze serie (Pa-23-160) gestopt. Als laatste variant werd in 1962 de Pa-23 Apache 235 ontwikkeld, welke  werd voorzien van twee 235 pk Lycoming 0-540 motoren en voorzien werd van de romp en de staart van de Aztec. Deze versie bleef tot in 1965 leverbaar waarbij in totaal 118 stuks gebouwd werden. Uiterlijk is deze Apache 235 bijna niet van de eerste series Pa-23-250 Aztecs te onderscheiden.  

In Nederland werd een Piper Pa-23-235 Apache ingeschreven, de PH-KUI                                         (Nico Terlouw, Schiphol, 1966) 

In 1962 werd een verder modernisering van de Aztec doorgevoerd. De aanpassingen bestonden daarbij aan het aanbrengen van een langere neus als bagagecompartiment, zes zitplaatsen en een nieuw instrumenten paneel. Deze versie werd op de markt gezet als de Piper Pa-23-250 Aztec B.

De in 1964 op de markt gebrachte versie Piper Pa-23-250 Aztec C was een B model waarbij nu de fuel injection standaard werd toegepast waardoor het startgewicht werd verhoogd. Tevens werd een verbeterd landingsgestel bij deze versie geintroduceerd.

Het in 1966 in de markt gebrachte model Piper Pa-23-250 Aztec D was een Aztec C met hoofdzakelijk verbeteringen aan het instrumentenpaneel. De modellen Aztec E en F onderscheiden zich door een langere neus. Deze neus bij de verschillende modellen was geschikt voor een 10-inch radar antenne en met de verbeterde radaruitrusting voorzien van een 12-inch radar-antenne, werd de neus aangepast.

Pa-23 of Pa-27 Aztec

Als type certrificering heeft Piper de Aztec altijd als een verdere ontwikkeling van de Piper Pa-23 aangeduid. Echter werd de Apache gebouwd onder het constructienummer beginnend met 23, werd met de bouw van de eerste Aztecs door Piper het constructienummer beginnend met 27 gebruikt. De Piper Aztec was door zijn sterkere motoren beduidend sneller dan zijn voorganger de Apache. Om het verschil voor de luchtverkeersleiding in de Verenigde Staten duidelijk te maken, werd in de VS vereist dat in het ingediende  vluchtplan als aanduiding voor de Aztec Pa-27 werd gebruikt.

G-APYX behoort met c/n 27-105 tot de eerste afgeleverde Piper Pa-23-250 Aztecs                                         (MAP, Woolsington, 18 april 1963) 

Militair gebruik

De basis versie Piper Pa-23-250 Aztec werd besteld door de United States Navy welke twintig stuks in 1960 in gebruik nam onder de aanduiding UO-1. Dit was een vier zits versie voorzien van aanvullende radio uitrusting, zuurstof maskers en propeller anti-icing equipment. In 1962 werd de aanduiding gewijzigd in U-11A,

Piper Pa-41P Pressurized Aztec

In 1974 bouwde Piper het prototype van de Pa-41P Pressurized Aztec welke werd ingeschreven als N9941P. Het zou bij dat ene prototype blijven. De Aztec gebruikers zaten niet te wachten op een Aztec met een drukcabine, daar het juist in zijn huidige vorm zo populair was voor de inzet voor het vervoer van personen, kleine vracht of in gebruik bij de opleiding van vliegers. Het project werd daarmee gestopt en het enige geproduceerde exemplaar, de N9941P, werd geschonken aan de Mississippi State University, waar het toestel als lestoestel gebruikt werd. In 2000 werd het toestel geschonken aan het Piper museum op Lock Haven in Pennsylvania waar het vanaf die tijd tentoongesteld staat. 

De productie van de  Aztec werd in 1982 beeindigd.

Apache Geronimo conversie

De Piper Pa-23 Apache bleek een prima gedegen vliegtuig, geschikt voor zowel de twin opleiding of als zakenvliegtuig. In het midden van de zestiger jaren rees het idee om de bestaande Apaches op te waarderen door een uitgebreid modificatie programma. Voor dit doel werd in 1963 opgericht de Vecto Aircraft Engineering Division. Deze modificaties waren bestemd voor de series Apaches B t/m H. Hierbij werden de oudere Continental motoren vervangen door 180 pk Lycoming 0-360 motoren, aangebracht in een geheel nieuw ontworpen beplating, het aanbrengen van een nieuw groter staartvlak en nieuwe stabilatoren en een nieuwe van een Pa-30 afkomstige neus met bagagecompartiment. Door het aanbrengen van Hoerner wingtips en nog een aantal kleine modificaties werrden de vliegeigenschappen sterk verbeterd. Het eerste prototype vloog in 1964. Na de dood van de eigenaar van Vecto Engineering in 1965, werd dit programma overgenomen door Seguin Aviation en kreeg het de officiel naam Piper Pa-23 Geronimo. In de daarop volgende jaren werden zo'n 300 conversies uitgevoerd. Hierbij werden ook verschillende motoren toegepast.

N426  Piper Pa-23 Geronimo, voorzien van een Pa-30 neus, blijft een opmerkelijke verschijning.       (Wim Zwakhals, Rotterdam, 24 september 1982) 

Van de Aztec werd ook een versie op drijvers ontwikkeld, deze versie werd aangeduid als de Piper Aztec Nomad. Bedrijven die deze verbouwing uitvoeren waren Melridge Aviation en Jobmaster Company.

Overzicht geproduceerde versies

Technische gegevens van de Piper Apache en Aztec

De PH-ACP is een Piper Pa-23-160 Apache F en stond nog geen twee weken ingeschreven in het Nederlandse register (23/2/61 - 4/3/61) voordat het toestel voor eigenaar Schreiner naar Nigeria vertrok                                                                   (Nico Terlouw, Zestienhoven, maart 1961) 

Piper Apache en Aztec op Rotterdam

Vele Pa-23 Apaches en Aztecs brachten een bezoek aan Rotterdam, we staan even stil bij de op Zestienhoven gebaseerde toestellen. De Schreiner Handelsmaatschappij, een onderdeel van Schreiner Aero Contractors NV, was importeur van Piper Aircraft. Zo werden in de jaren zestig alle nieuwe Piper Pa-23's via Schreiner op Rotterdam afgeleverd. Al in 1959 werd de eerste Piper Apache ingeschreven, de PH-NIO een Piper Pa-23-160 Apache E. Het toestel vloog zo'n anderhalf jaar vanaf Zestienhoven en vertrok daarna naar Schreiners vestiging in Nigeria. Voor het zelfde doel werden in 1960 en 1961 ingeschreven de PH-ACL en PH-ACP, beiden Pa-23-160 Apache F's, slechts voor korte tijd voordat ook deze toestellen vertrokken naar Schreiner Nigeria. Zo ook de PH-BGA, eveneens een Pa-23-160 Apache F welke in 1963 dezelfde weg volgde.

Begin 1965 werd geimporteerd de PH-KUI, een Piper Pa-23-235 Apache, een van de 118 gebouwde toestellen van deze versie, welke na enkele maanden werd afgeleverd aan Kuiken Landbouwmachines in Emmeloord en daarbij werd ingezet vanaf Schiphol.

Naast de Apache werd eveneens de Aztec door Schreiner, als importeur van Piper Aircraft, ingevoerd en net als bij de Apache stonden de toestellen slechts korte tijd in Nederland ingeschreven, voordat de toestellen vertrokken naar de Schreiner vestigingen in het buitenland. De eerste Piper Aztec in het Nederlandse register was de PH-CLH, een Piper Pa-23-250 Aztec B welke op 21 februari 1963 werd ingeschreven op naam van Schreineren enkele maanden later (juli 1963) vertrok naar Europair op Amsterdam, dit slechts voor een goed jaar want daarna vertrok ook dit toestel naar Nigeria. Met regelmaat werden daarna Aztecs afgeleverd en zo zagen we de komst van de PH-NNA, een Piper Pa-23-250 B (9/66-12/66), PH-NNL (7/69) en PH-NNI (8/70-9/70) beiden Pa-23-250 Aztec D's voor Indonesie. In 1973 de komst van de PH-NOA een Pa-23-250 Aztec E welke in1976 vertrok naar de nieuwe vestiging van Schreiner in Maleisie en tot slot de PH-WPD eveneens een Aztec E welke in augustus 1971 op naam van Schreiner werd ingeschreven en ditmaal voor een klant in Nederland was.   

PH-CLH de eerste Piper Pa-23-250 Aztec in Nederland, het was een Aztec B dus de eerste serie met een langere neus. De naam van de gebruiker, Europair, werd boven het middelste raam aangebracht.                                                             (Nico Terlouw, Zestienhoven, 1963) 

Eveneens op Rotterdam stond gebaseerd de PH-NLK, een Piper Pa-23-160 Apache F. In de periode dat het toestel in gebruik was bij de Nationale Luchtvaart School (1966 - 1969) stond het toestel afwisselend op Rottrerdam en Hilversum gebaseerd.

KLM Aerocarto stond eveneens met zijn vloot op Rotterdam gebaseerd. De PH-OTI was de enige Piper Aztec in de vloot en wel en Pa-23-250 Aztec F. het toestel deed dienst van juni 1979 tot januari 1983 en was tussen de opdrachten op Rotterdam te zien.

PH-OTI Piper Pa-23-250 AztecF in de kleuren van KLM aerocarto                                                      (David Booster, Rotterdam, maart 1980) 

bron: archief Airnieuws, Herman Dekker 75 jaar Nederlands Luchtvaart register

Wim Zwakhals, december 2015